Nieuws

Nieuws

  • by:
  • februari 9, 2026
  • Category: ESUAVet rapport

Nieuw rapport (ESUAvet) beschikbaar over de verkoop en het gebruik van antimicrobiële middelen bij dieren in de EU in 2024


Het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) publiceerde in december 2025 voor de tweede maal hun jaarlijks European Sales and Use of Antimicrobials for Veterinary Medicine (ESUAvet) rapport. Dit rapport bundelt de nieuwste gegevens over de antimicrobiële consumptie bij dieren in 2024 voor de verschillende lidstaten van de Europese Unie, inclusief IJsland en Noorwegen. Het rapport beschrijft een toename van 5,1% in de verkoop van antimicrobiële middelen voor voedselproducerende dieren tegenover 2023. Een nieuw interactief platform laat iedereen toe om de verkoopdata in de EU verder te verkennen. Door problemen met de datakwaliteit kan het potentieel van de sinds kort verzamelde gebruiksgegevens nog niet optimaal worden benut. Verdere collectieve inspanningen zijn nodig om de volledigheid en betrouwbaarheid van de gegevens in het rapport te verbeteren.

Verkoop van antimicrobiële middelen voor dieren in de EU in 2024

Maar liefst 98,5% van de totale verkoop van antimicrobiële middelen in de EU in 2024 wordt toegekend aan voedselproducerende dieren, inclusief paarden. Deze toewijzing gebeurt op basis van de aanwezigheid van wachttijd-informatie in de bijsluiters van de producten, wat leidt tot een onderschatting van de verkoop voor de gezelschapsdieren[1] en een overschatting van de verkoop voor voedselproducerende dieren. Hoe groot deze over- en onderschatting is, zal duidelijker worden naarmate ook gebruikscijfers bij honden, katten en pelsdieren (de overige diersoorten waarvoor het verplicht zal zijn om gebruikscijfers te registreren) worden verzameld.

In vergelijking met 2023 werden er voor voedselproducerende dieren op Europees niveau 5,1% meer antibacteriële middelen verkocht, terwijl de geschatte biomassa ongeveer gelijk bleef. Dit is voor het tweede jaar op rij een toename in de verkoop, wat aangeeft dat de dalende trend die zich voordeed tussen 2010 en 2022 lijkt af te zwakken of zelfs lijkt om te keren. Toekomstige data zullen moeten uitwijzen of het hierbij om een tijdelijke of langdurige trend gaat.

In het kader van de doelstelling van de Farm to Fork Strategy van de Europese Commissie werd in 2024 ten opzichte van het referentiejaar 2018 een totale reductie van 24,3% gerealiseerd. Dit betekent dat minder dan de helft van de beoogde reductiedoelstelling van 50% in de verkoop van antimicrobiële middelen tegen 2030 momenteel, halfweg de periode, gerealiseerd is. Verdere monitoring en tijdige rapportering zullen essentieel zijn om waar nodig bij te sturen om de EU reductiedoelstelling te behalen.

 

[1] Overige diersoorten die gehouden of gekweekt worden in de EU

Figuur 1: aangepast, afkomstig van het ESUAvet rapport. De vooruitgang van de EU per jaar richting een reductie van 50% van de totale verkoop van antimicrobiële middelen voor landbouwdieren en aquacultuur tussen 2018 en 2030 (Farm to Fork Strategy van de Europese Commissie). 

 

Net als in 2023 heeft het overgrote deel (86,0%) van de verkochte producten voor voedselproducerende dieren in de EU een productvorm die overwegend gebruikt wordt voor groepsbehandeling, zijnde orale oplossingen (65%), premixen (13%) en orale poeders (7%). Penicillines, tetracyclines en macroliden blijven de belangrijkste antibioticaklassen, samen goed voor 65,5%. Zo’n 6% van de verkochte producten behoort tot de quinolonen, 3e en 4e generatie cefalosporines of polymyxines, die van kritisch belang zijn voor de humane geneeskunde en waarvan het gebruik bij dieren beperkt dient te worden (AMEG B classificatie).

Figuur 2: afkomstig van het ESUAvet rapport. A: de verdeling (mg/kg) van de verkochte antimicrobiële middelen in Europa bij voedselproducerende diersoorten tussen orale oplossingen, premixen, orale poeders, injecteerbaar en andere vormen (intramammaire en intrauterine preparaten, tabletten, …). B: de verdeling (mg/kg) van de verkochte antimicrobiële middelen in Europa bij voedselproducerende diersoorten volgens de AMEG classificatie

 

De verkoop van antibacteriële middelen voor de  gezelschapsdieren in de EU lag 8,2% lager in 2024 dan in 2023 uitgedrukt in mg/kg, mede door een stijging in de geschatte biomassa voor honden, katten en pelsdieren. Bij de gezelschapsdieren gaat het hoofdzakelijk om tabletten, verantwoordelijk voor maar liefst 91,5% van de totale verkoop bij deze dieren. Bijna de helft van de producten behoort tot de penicillines, voornamelijk combinatieproducten van amoxicilline met clavulaanzuur. Ongeveer 2,5% van de verkoop voor de gezelschapsdieren valt onder de AMEG B categorie.

Figuur 3: afkomstig van het ESUAvet rapport. A: de verdeling (mg/kg) van de verkochte antimicrobiële middelen in Europa bij de gezelschapsdieren tussen orale oplossingen, premixen, orale poeders, injecteerbaar en andere vormen (orale poeders en pasta, premixen). B: de verdeling (mg/kg) van de verkochte antimicrobiële middelen in Europa bij de gezelschapsdieren volgens de AMEG classificatie. 

 

Waar situeert België zich binnen de Europese context?

Wanneer we de verkoopcijfers voor België vergelijken met die op Europees niveau, zijn er enkele opvallende verschillen tussen de resultaten voor voedselproducerende dieren en gezelschapsdieren. Bij voedselproducerende dieren in België bestaat de verkoop ook hoofdzakelijk uit penicillines, tetracyclines, macroliden en sulfonamiden, terwijl de verkoop van premixen (5%) en antimicrobiële middelen die onder de AMEG B-classificatie vallen (2%) beperkter bleef. De lage verkoop van premixen in België kadert binnen de strategie gepubliceerd door de Belgian Feed Association (BFA) en AMCRA om de productie van premixen volledig uit te faseren tegen eind 2026. Ook wordt in België het gebruik van quinolonen en 3e en 4e generatie cefalosporines wettelijk bepaald en slechts onder voorwaarden toegelaten.

De verkoop in België bij gezelschapsdieren is een stuk hoger dan het Europees resultaat. In 2024 gaat het om een verschil van 47,9 mg/kg voor België versus 34,3 mg/kg voor de EU. Bovendien is de beperkte daling in de Belgische verkoop sinds 2023 (- 3,8%) volledig toe te schrijven aan een hogere schatting van de totale biomassa van honden en katten in 2024. Net als in de EU worden in België bij de gezelschapsdieren voornamelijk producten verkocht die behoren tot de penicillines, cefalosporines van de 1e en 2e generatie en imidazool afgeleiden, terwijl de verkoop van AMEG B-klassen beperkt blijft tot 1,3%.

Figuur 4: Verkoop van antimicrobiële middelen in de overige diersoorten (waaronder de gezelschapsdieren) bij de verschillende EU landen in 2024. De verkoop in België is een stuk hoger dan het Europees resultaat (gerepresenteerd door een rode horizontale lijn). In 2024 gaat het om een verschil van 47,9 mg/kg voor België versus 34,3 mg/kg voor de EU.

 

Wanneer de verkoop van antimicrobiële middelen wordt uitgedrukt in mg/PCU (de indicator die in gebruik is sinds 2018 en die ook gebruikt wordt om de Farm to Fork strategie doelstelling op te volgen), zien we dat de Belgische verkoop (70,7 mg/PCU in 2024) nog steeds hoger ligt dan de Europese mediaan (ongeveer 50 mg/PCU). Het is daarom belangrijk om te benadrukken dat de eerste doelstelling in de Visie 2030 van AMCRA ernaar streeft om de totale verkoop bij dieren in België tot de Europese mediaan te brengen.   

Figuur 5: aangepast, afkomstig van het ESUAvet rapport. Vooruitgang van de verschillende EU-landen bij het verminderen van de verkoop van antimicrobiële middelen (mg/PCU) voor landbouwhuisdieren en in de aquacultuur van 2018 tot 2024. De oranje horizontale lijn toont de mediaan van de verkoop van antimicrobiële middelen in de EU landen (ongeveer 50 mg/PCU) in 2024. In de Visie 2030 van AMCRA wordt gestreefd om de mediaan in Europa te behalen. In 2024 was de verkoop in België nog 70,7 mg/PCU (ESUAvet rapport).

 

Het potentieel van accurate gebruiksgegevens

Hoewel verkoopcijfers de voorbije jaren al erg waardevol bleken om de antimicrobiële consumptie van voedselproducerende dieren in te schatten, wordt de eigenlijke consumptie het best opgevolgd via de verzameling van gebruiksgegevens. 2024 is slechts het tweede jaar waarin gebruiksgegevens in de EU verzameld werden voor rundvee, varkens, kippen en kalkoenen. Verdere inspanningen zijn nodig om de volledigheid en betrouwbaarheid van de gebruiksgegevens in verschillende lidstaten te verbeteren, inclusief België, om zo het consumptiepatroon van antimicrobiële middelen in de EU nog beter in kaart te kunnen brengen.

 

Nieuw interactief platform biedt transparantie en extra inzichten

Naast het rapport werd door EMA ook een interactief platformgelanceerd dat de verkoopcijfers van antimicrobiële middelen bij dieren in de EU - zowel algemene trends als gegevens per lidstaat - publiek toegankelijk maakt. Dit interactief platform biedt extra inzichten die kunnen bijdragen aan het beleid rond antimicrobiële resistentie in de verschillende lidstaten.

Link naar het pdf rapport