Kenniscentrum inzake antibioticagebruik en -resistentie bij dieren

Jean-François Heymans, Directeur Dierengezondheid en Veiligheid van de Dierlijke producten

FAVV
"La résistance aux antimicrobiens constitue une problématique mondiale de santé publique et animale, également en lien avec l’environnement, et représente un enjeu global qui doit être abordé selon le principe « One health ».
L’AFSCA, de par ses missions et son positionnement central, a un rôle important à jouer en vue de contribuer aux solutions à apporter face à l’énorme défi que représente la lutte contre l’antibiorésistance.
Elle a dès lors pris ses responsabilités et fait de cette lutte une priorité majeure en s’y investissant fortement, en étroite collaboration avec ses autres partenaires institutionnels et privés dans le domaine de la santé animale, mais également en collaboration avec les Autorités compétentes en matière de santé publique et d’environnement, s’inscrivant totalement dans le concept « One Health ».
L’AFSCA contribue activement à la mise en place d’une politique globale, durable et efficace en matière de lutte contre l’AMR dans le secteur de la santé animale, basée sur des objectifs quantifiés ambitieux et clairs, sur des mesures chiffrées efficaces de l’utilisation des antibiotiques et des résistances bactériennes et enfin sur un équilibre dynamique entre des mesures obligatoires et volontaires, applicables, comprises et si possible acceptées par les acteurs de première ligne, en particulier les vétérinaires et les éleveurs, qui sont des éléments clés de succès.
Dans ce contexte, l’Agence soutient l’AMCRA et ses activités, en les encadrant, notamment par son implication dans la définition de ses objectifs annuels.
En tant que Chief Veterinary Officer (CVO) et Délégué belge auprès de
l’OIE, le Dr Jean-François Heymans agit également comme coordinateur pour les
politiques menées dans le domaine de la santé animale et participe activement à
la collaboration avec les responsables des politiques de lutte contre l’AMR au
niveau humain et environnement, ce dernier volet devant encore fortement se
développer. A ces titres, il fait également le lien avec les politiques menées
au niveau international où il représente la Belgique."

Martine Delanoy

BAPCOC
"Sinds januari 2015 ben ik voorzitter van de Werkgroep Diergeneeskunde in BAPCOC en in die functie maak ik deel uit van de stuurgroep van AMCRA. Alhoewel beide organisaties hetzelfde doel voor ogen hebben, namelijk minder antibiotica gebruiken zonder daarbij in te boeten op het gebied van de diergezondheid, ligt het werkingsgebied van BAPCOC vooral bij de laboratoria. Niet alleen voeren zij de antibiogrammen uit, zij detecteren ook eventuele nieuwe resistenties of resistentieprofielen, ze kunnen verbanden leggen tussen resistenties bij dier, voeding en mens, ze nemen trends waar, … en vormen zo een significante bijdrage. Ook de statistische verwerking van de laboratoriumresultaten, risicoanalyses, epidemiologische interpretaties, … worden door de leden van de Werkgroep Diergeneeskunde uitgevoerd. Deze expertise is een nodige aanvulling voor het praktische werk dat AMCRA uitvoert."

Dries Minne, Afdelingshoofd Geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik

FAGG
"Werkzame antibiotica zijn essentieel zowel voor de volksgezondheid als voor de diergeneeskunde. Daarom is het belangrijk dat antibiotica zowel in de humane geneeskunde als in de diergeneeskunde enkel op een verantwoorde manier worden gebruikt. En dat men door middel van preventieve maatregelen het gebruik van antibiotica zoveel mogelijk voorkomt. De ontwikkeling en verspreiding van resistentie tegen antibiotica dient immers zoveel mogelijk vermeden te worden zodat we zo lang mogelijk kunnen blijven rekenen op deze middelen zowel in de humane geneeskunde als in de diergeneeskunde.”

In de AMCRA 2024 worden de strategische doelstellingen met betrekking tot het antibioticumgebruik en resistentiebeleid bij dieren in België tussen 2021 en 2024 beschreven. 


Er wordt gestreefd naar een minimaal antibioticumgebruik bij alle diersoorten en door iedere dierenarts. Hiervoor wordt bepaald wat de grenzen van een verantwoord gebruik zijn.

Bij het opstellen van de drie doelstellingen werd uitgegaan van het behalen van de doelstellingen beschreven in het plan AMCRA 2020. Een blijvende monitoring van deze doelstellingen (totaal gebruik, met antibiotica gemedicineerde voeders en gebruik van antibiotica met rode AMCRA kleurcode) moet er voor zorgen dat deze nooit opnieuw worden overschreden.

Het plan werd ontwikkeld in 2019 door de leden van AMCRA, als visietekst over een verder gezet antibioticabeleid bij dieren in België na 2020. 


Drie doelstellingen


1. Diersoortspecifieke grenswaarden op bedrijfsniveau en maximum 1% grootgebruikers tegen 2024

Voor iedere diercategorie (voedselproducerende dieren) worden benchmarkwaarden opgesteld. Hierbij zal van meet af aan duidelijk worden gemaakt waar de grenswaarden voor laaggebruikers (groene zone) aandachtgebruikers (gele zone) en grootgebruikers (rode zone) zullen liggen in 2024. De grenswaarden voor 2024 zullen zo worden bepaald dat het realiseren ervan zal overeenkomen met het beoogde doel van 50 mg/kg biomassa over alle diersoorten heen. Deze waarden zullen in 2020 worden vastgelegd op basis van de op dat moment beschikbare benchmark data. De weg ernaartoe zal evenwel stapsgewijs zijn waarbij tussentijdse grenzen zullen worden bepaald voor 2022. Er zal gestreefd worden naar een evenredige verdeling van de lasten over de verschillende diersoorten. Op deze manier worden alle veehouders en dierenartsen individueel geresponsabiliseerd.

Grootgebruikers (rode zone) worden actief opgespoord en gecontacteerd. Bedrijven/diercategorieën in de rode zone moeten samen met de bedrijfsdierenarts een plan opmaken waarin de acties die moeten leiden tot een drastische reductie van het antibioticumgebruik worden gestipuleerd. Voor bedrijven/diercategorieën die lange tijd in de rode zone blijven zullen maatregelen worden voorgesteld. Ter identificatie van deze bedrijven/diercategorieën zullen beslissingsbomen worden opgesteld. Er wordt gestreefd naar een situatie waarbij max 1% van de bedrijven in de rode zone zit en dit enkel incidenteel (t.t.z. geen twee opeenvolgende rapporteringen).


2. Het totaal antibioticumgebruik bij dieren in België evolueert naar het mediaan gebruik in Europa tegen 2024.

In het laatste ESVAC rapport situeerde de mediaan van het antibioticagebruik in 30 Europese landen zich op 57 mg/PCU (nl. ongeveer 50 mg/kg biomassa). In de laatste jaren is deze mediaan relatief stabiel gebleven. Ook landen met vergelijkbare, intensieve productiesystemen als België, hebben een antibioticagebruik rond de 50 mg/kg biomassa. Een graduele reductie van het antibioticagebruik in België moet finaal leiden naar een totaal gebruik van ongeveer 50 mg/kg biomassa en dit tegen eind 2024. Dit betekent dat we ten opzichte van 2011, 65% minder antibiotica zouden gebruiken in de diergeneeskunde. Een extra 15% dus indien we er van uitgaan dat de 50% reductiedoelstelling tegen eind 2020 bereikt wordt.

3. Maximaal gebruik van colistine is 1 mg/kg biomassa tegen 2024.

Voor Europese landen met een laag gebruik van colistine in de diergeneeskunde heeft EMA een doelstelling van 1 mg/PCU gebruik voorop gesteld. In 2018 bedraagt het gebruik van colistine in België 1,69 mg/kg en werd er al met 64,4% gereduceerd sinds 2011. Het streefdoel is om uiterlijk eind 2024 de EMA doelstelling te realiseren. Hiertoe zal het gebruik van colistine in gemedicineerde voerder uiterlijk 2021 stopgezet worden.

Negen actiepunten


Om deze doelstellingen te kunnen behalen, werden ook 9 actiepunten vastgelegd in AMCRA visie 2024.

1. Datacollectie en benchmarking van antibioticumgebruik voor alle dieren
Op dit moment wordt het antibioticumgebruik op bedrijfsniveau reeds verzameld voor alle bedrijven waar varkens, pluimvee en vleeskalveren worden geproduceerd en op de meerderheid van de melkveebedrijven. Het doel is om dit systeem verder uit te breiden zodat tegen uiterlijk 2022 alle voedselproducerende dieren in een wettelijk verplicht systeem zijn opgenomen. Daarnaast moet een systeem opgezet worden om ook het antibioticumgebruik bij gezelschapsdieren te monitoren via de dierenarts. Dit systeem moet uiterlijk 2024 operationeel zijn. Voor de bedrijfsdierenartsen moet een ondersteuning voorzien worden voor het administratieve werk verricht in kader van de antibioticumgebruik datacollectie.

2. Datacollectie en benchmarking voor alle dierenartsen
Alle dierenartsen die actief zijn in de sector van de voedselproducerende dieren moeten gebenchmarkt worden via de data die gecollecteerd worden op bedrijfsniveau. Dierenartsen die actief zijn in de niet-voedselproducerende dieren (gezelschapsdieren, paarden, bijzondere dieren,…) moeten AB gebruiksdata rapporteren op praktijkniveau. Dierenartsen moeten twee maal per jaar een benchmark rapport ontvangen en moeten, wanneer ze een te hoog gebruik hebben een plan van aanpak opstellen ter verbetering. Dit plan moet door de overheid of een autocontrole orgaan van de dierenartsen worden beoordeeld. Dierenartsen die systematisch in de rode zone zitten worden actief gecontacteerd door de bevoegde overheden.

3. Individuele coaching voor aandachts- en grootgebruikers
Aandacht (gele zone) en grootgebruikers (rode zone) moeten actief worden begeleid naar een verbeterde diergezondheid en een gereduceerd antibioticumgebruik aan de hand van het bedrijfsgezondheidsplan. In dit plan moet duidelijk gestipuleerd worden hoe en binnen welke termijn er wordt voorzien om te zakken naar een meer aanvaardbaar niveau. Het opstellen en opvolgen van de vooruitgang van het bedrijfsgezondheidsplan moet gefaciliteerd worden door de bedrijfsdierenarts en voor de grootgebruikers eveneens door een externe coach. Hiertoe worden op gele bedrijven jaarlijks minimaal 3 contactmomenten tussen veehouder en bedrijfsdierenarts voorzien waarvoor een vergoeding door de overheid wordt voorzien. Er wordt een team van gespecialiseerde coaches opgeleid (in analogie met de antibioticum management teams in ziekenhuizen) ter ondersteuning van de veehouders en dierenartsen. De werking van deze coaches moet ondersteund worden door de overheid.

4. Gerichte controles op basis van de geleverde rapporten van antibioticagebruik
De rapporten over het gebruik en het verschaffen van antibiotica laten toe om irregulariteiten op te sporen op het vlak van kwantitatief en kwalitatief gebruik. De overheid voert gerichte controles uit bij veehouders en de dierenartsen om anomalieën op te sporen. Hiervoor moeten inspecteurs op het veld beschikken over een adequate kennis over de correcte toepassing van de wetgeving en de inhoud en betekenis van de benchmarkrapporten. Ook de legitimiteit van het gebruik van antibiotica, die enkel vergund zijn voor humaan gebruik, maar op gronden van cascade worden gebruikt bij niet-voedselproducerende dieren moet door de overheid opgevolgd worden.

5. Uitbreiding regelgeving met betrekking tot de "rode" antibiotica naar alle diersoorten
De regelgeving met betrekking tot het restrictief gebruik van “rode antibiotica” moet uitgebreid worden naar alle diersoorten. Tegelijk dient de beschikbaarheid van “gele” antibiotica gestimuleerd te worden, ook voor minor species. Niet kritisch belangrijke antibiotica moeten steeds prioritair kunnen gebruikt worden op de ‘rode antibiotica’. Hiertoe zal een werkgroep opgericht worden die in samenwerking met de overheid de mogelijkheden hiervoor oplijst. Rode antibiotica mogen enkel nog door de dierenarts worden toegediend en door de eigenaar/veehouder ter vervolledigen van een ingezette behandeling. Rode producten mogen dus nooit in de voorraad van de veehouder aanwezig zijn.

6. Voortgezette opleiding veehouders met betrekking tot diergeneesmiddelengebruik
Alle veehouders die een contract voor bedrijfsbegeleiding hebben en bijgevolg het recht om een voorraad van antibiotica op hun bedrijf te hebben, moeten verplicht een opleiding volgen met betrekking tot goed en voorzichtig gebruik van deze geneesmiddelen. Daarnaast moet deze opleiding ook aandacht besteden aan de mogelijkheden van preventieve maatregelen die tot een reductie van het AB gebruik kunnen leiden (cfr fytolicentie). Deze opleiding zal om de 5 jaar moeten hernieuwd worden. Veehouders die in de groene zone zitten (laaggebruikers) krijgen een vrijstelling voor deze opleiding.

7. Sensibilisatie en educatie blijven cruciaal
AMCRA zal blijvend inzetten op adviseren, communiceren en sensibiliseren via alle beschikbare geschreven en gesproken communicatiewegen en door zichtbaarheid op beurzen en evenementen. De samenwerking met de voedselverwerkende industrie en retailers zal worden geïntensifieerd. Daarnaast zal AMCRA opleidingspakketten uitwerken die kunnen aangewend worden voor landbouwscholen, hoge scholen, postacademische vormingen,… Dit zal gebeuren in samenwerking met alle partners van AMCRA. Hierbij zal ook maximaal gebruik gemaakt worden van inzichten die bekomen worden uit de AB gebruiksdata zoals deze worden geanalyseerd door de data-analyse eenheid van AMCRA.

8. Focus op dierziektepreventie
Het niveau van bioveiligheid en dierziektepreventie op de veebedrijven moet verhoogd worden. Hiertoe worden actieve programma’s opgezet om de bioveiligheid en het vaccinatieplan op ieder bedrijf te evalueren en bij te sturen waar mogelijk. De bioveiligheidsevaluatie wordt dan ook een integraal onderdeel van het bedrijfsgezondheidsplan. De competente overheden moeten kritische factoren zoals bezettingsdichtheid, speenleeftijd, minimale leeftijd voor transport,… actief controleren.

9. De monitoring en rapportering van antibioticumresistentie wordt opgedreven
De monitoring van antibioticumresistentie bij indicatorbacteriën wordt uitgebreid naar niet-voedselproducerende diersoorten. De monitoring van antibioticaresistentie bij pathogene bacteriën, afkomstig van voedselproducerende en niet- voedselproducerende dieren, krijgt meer aandacht en structuur. Hiervoor wordt een nationaal monitoringsprogramma opgesteld en de resultaten ervan worden jaarlijks breed bekendgemaakt. Er wordt ook een systeem opgezet waarbij de resultaten van antibioticaresistentie actief worden gecommuniceerd en toegankelijk worden gemaakt voor dierenartsen en veehouders. Er wordt een netwerk gecreëerd van laboratoria, die antibioticagevoeligheidstesten realiseren volgens een geharmoniseerde procedure. Bovenop dienen alle laboratoria die antibioticagevoeligheidstesten uitvoeren voor de diergeneeskunde een erkenning te hebben die jaarlijks wordt afgeleverd door een bevoegde overheid.